Artikel 23 lid 4 schrijft opeenvolgende fases voor naar het CSIRT/de bevoegde autoriteit:
- 24 uur — vroegtijdige waarschuwing (early warning)
- 72 uur — incidentmelding met initiële beoordeling (24u voor vertrouwensdiensten)
- Op verzoek CSIRT — tussentijds verslag
- 1 maand na incidentmelding — eindverslag met oorzaak en mitigatie
De fases volgen elkaar op, maar de termijnen tel je niet bij elkaar op: volgens het NCSC tellen de vroegtijdige waarschuwing (24 uur) en de melding (72 uur) allebei vanaf het moment dat je kennis krijgt van een significant incident. Duurt het incident langer dan een maand, dan stuur je op dat moment een voortgangsverslag en volgt het eindverslag binnen een maand nadat je het incident hebt afgehandeld. Een werkende incidentbehandeling (maatregel b uit Art. 21 lid 2) is nodig om deze termijnen in de praktijk te halen.
Zie ook: Wat zijn de 10 maatregelen van Art. 21 lid 2? · Security-diensten